Archive

Monthly Archives: March 2015

BEN KREWINKEL:

In die zin slaat de ‘M.’ in de titel zeker ook op ‘Memories’…Maar ook op ‘Mondlane’, ‘Machel’, en ‘Mozambique’.  

10x15LFMCOVER00110x15LFMCOVER002DUMMY001 DSCF2039AFGEKEURDE COVER DSCF2051

 

 

Mirelle Thijsen (MT):

Omdat het zo’n historisch onderwerp is zijn de inleidingen op mijn vragen wat langer dan gebruikelijk. En ik zelf heb op die manier Mozambique leren kennen – via deze weg, aan de hand van jouw recent verschenen genummerde boek uitgegeven in eigen beheer: Looking for M.

 

Looking for M. is een mooi klein boekje, gevat in een geïllustreerde hoes die in het oog springt. We zien een zwart silhouetje van een zwarte jonge vrouw, een schoolmeisje uit Mozambique, vrijstaand gemaakt tegen een witte achtergrond. Dat silhouet staat ook al op het omslag van de kartonnen verpakking waarin het boek naar je toegestuurd wordt. Kleine vormgevingsaspecten, waar ik voor val. Pas als je het boekje uitschuift wordt haar identiteit zichtbaar op het voorplat. Dat is een mooie beweging en openbaring tegelijk. Op de achterkant van de hoes staat, denk ik, een embleem van de strijdvaardige ‘Republica de Moçambique’. Wat is de relatie tussen beide afbeeldingen op de hoes, voor en achter?

 

Ben Krewinkel (BK):

Het idee was het fotootje van het meisje te gebruiken, maar achteraf bleek die opname technisch slecht. Pas later bleek het portret bruikbaar. Ik vond het beeld zo mooi. Toen ik aan het fotograferen was, werd zij afgeleid door een aantal andere schoolmeisjes, waarmee zij samen was. Ze lijkt er heel rustig te staan, maar ook een beetje gespannen en dat is tekenend voor hoe ik deze foto’s heb gemaakt in Mozambique, in een relatief korte tijd. In het vorige boek dat ik heb gemaakt, A Possible Life (2012), had ik veel tijd om iemand te volgen en nu heb ik mensen soms maar tien minuten gezien.

 

MT:

Hoe lang verbleef je daar in 2013?

AANTEKENINGENBOEKJE001 DSCF2040

BK:

Drie-en-een-halve week. In een relatief korte tijd hebben we het hele land doorkruist, vrij naïef ingestapt: de afstanden verkeerd ingeschat…

MT:

Wie zijn ‘we’?

THE SUN FRELIMO DSCF2052THE STRUGGLE FOR MOZAMBIQUE002DSCF2048

BK:

Ik heb samen gereisd met een oude studievriend van mij uit Zuid-Afrika, Jan Bezuidenhout. Hij heeft mij begeleid en sprak ook Portugees. Ik kom terug op die omslagfoto: toen ik ontdekte dat de foto wel bruikbaar was voor de omslag, stond deze opname symbool voor, misschien ietwat cliché, het nieuwe Mozambique. En dan wordt de relatie gelegd met dat symbool op de achterzijde; met het embleem van de staat Mozambique. Het logo, waarvan een variant op de oorspronkelijke vlag van Mozambique stond, (inclusief rode ster) is de afgelopen jaren regelmatig subtiel veranderd. In 1983 werd de marxistische vlag prominenter. Het geweer staat symbool voor de strijd en de verdediging van het land, de hak voor landbouw en het boek voor educatie. De ster op de rug van het boek en in het embleem staan voor het marxisme. Er is gestemd over het feit of dit geweer, een AK-47, uit de vlag moest. Een variant van dit embleem is in de nationale vlag opgenomen. De oppositie beweert dat dit embleem en de vlag een directe verbinding hebben met FRELIMO. En daarmee is dit niet een vlag voor alle inwoners van Mozambique.

In het land heeft lange tijd een burgeroorlog gewoed, dus er is veel over te doen. Tegelijkertijd vind ik het een heel mooi symbool, en is het gebruik ervan op de achterzijde een ode aan een boek dat ik een tijd geleden het gekocht, en dat is opgenomen in The Photobook: A History (Volume III) van Gerry Badger en Martin Parr: een propagandaboek van de MPLA uit Angola Resistencia Popular Generalizada [1977]. Dat boek zit ook in een hoes, en op de achterkant ervan staat het logo van Angola, dat lijkt hier op. Die Marxistische symboliek zie je in allerlei vormen terugkomen. In de propagandamiddelen van FRELIMO wordt vaak gebruik gemaakt van silhouetten, ook op muurschilderingen zie je geabstraheerde vormen van mensen. Ik vond het interessant om die twee aspecten samen te brengen. Want het boekje gaat over foto’s die gemaakt zijn in 1974-1975, toen het land aan het begin stond van een nieuwe periode van onafhankelijkheid. Er was veel hoop. En veertig jaar later, in 2013 maakte ik er foto’s. Dat tijdsgewricht wordt overbrugd, en samengevoegd.

MOCAMBIQUE POR EDUARDO MONDLANE002 DSCF2049RESISTENCIA POPULAR GENERALIZADA ANGOLA001 DSCF2057RESISTENCIA POPULAR GENERALIZADA ANGOLA001 DSCF2058

Dat meisje is een schoolmeisje en in het embleem staat overigens een boek, een symbool voor educatie, dat eindelijk toegankelijk werd voor Mozambikanen. Net als in veel andere koloniën mocht de bevolking niet zomaar naar school, er golden specifieke regels: je moest eerst assimileren, zoals in Belgisch Congo. Dat meisje draagt het schooluniform deels onder haar arm, nog net geen schoolboek. Als ik hier een silhouet van maak, dacht ik, valt dat samen met de FRELIMO beeldspraak.

Ik ben drie keer in Mozambique geweest. De eerste keer was in 1997, toen ik student geschiedenis was in Zuid-Afrika, in Pretoria. Ik ging op reis met diezelfde studiegenoot: Jan Bezuidenhout. Hij liep toen stage bij de Zuid-Afrikaanse ambassade. Vanuit Pretoria ben ik met de trein naar Mozambique gegaan en heb hem daar bezocht.

 

MT:

Hoe ver is dat?

 

BK:

Een dag reizen met de trein. 12 uur…16 uur, zoiets? Het hangt er vanaf hoelang je op de grens tegengehouden wordt…Die eerste reis was een kennismaking met Mozambique. Ik trof een heel ander land aan dan Zuid-Afrika. Zuid-Afrika staat voor mij voor een prettig soort toegangspoort naar idyllisch “AFRIKA”. Wat veel mensen van het continent Afrika verwachten. Zuid-Afrika was toen al heel erg modern, vergelijkbaar met Europa of de Verenigde Staten.

 

MT:

En vanwaar deze titel: Looking for M.?

BK:

Die ‘M.’ staat voor het feit dat ik terugkeer naar het Mozambique dat ik eerder in 1997 aantrof en toen niet heb vastgelegd. In die tussentijd heb ik veel geleerd over Mozambique. Die ‘M.’ staat misschien wel gedeeltelijk voor herinneringen die ik aan dat land had. Meer nog voor een zoektocht naar Mondlane, de oprichter van FRELIMO, …zijn opvolger Machel wellicht…Die ‘M.’…, daar kun je een hoop dingen voor invullen.

 

Vrijwel zonder structuur en vooropgesteld plan ben ik naar Mozambique gegaan. Het is tevens een zoektocht naar wat ik zelf in dat land aantrekkelijk vond, en naar de geschiedenis en hoe die zich verhoudt tot het heden.

AANTEKENINGENBOEKJE002 DSCF2041

MT:

Ik was al die tijd in de veronderstelling dat de titel aan het silhouet van dit meisje gekoppeld was….maar de ‘M.’ staat heel duidelijk voor het land en de revolutionaire strijders in die periode.

 

BK:

Inderdaad. Ik kwam haar, en een groepje andere schoolmeisjes, op het eind van de reis tegen, op Ilha de Mozambique – een eiland, de voormalige hoofdstad in feite, in het Noorden van het land. Op dat moment was ik alleen en vanwege de taalbarrière kon ik niet met ze praten. Dat op zich al was fascinerend.

 

MT:

Op het eerste gezicht leg je die verbinding tussen titel en afbeeldingen op het omslag, maar interessant is dat er een diepere laag is, een andere associatie.

 

We kijken nog even naar de achterkant van het omslag. De uitgever staat in een piepklein lettercorps vermeld: f0.23.publishing. Is dit een vorm van uitgeven in eigen beheer? 

BK:

f ‘nul’ ‘drieentwintig’ is het! Een uitgeverij die ik zelf heb opgezet en nodig had om ISBN nummers aan te vragen, voor boeken in eigen beheer. ‘0.23’ is gestolen van Uitgeverij 010. ‘023’ is het netnummer van Haarlem! En vervolgens koppel ik het netnummer aan een diafragma waarde. Ik moest het snel bedenken, in het kader van een subsidieaanvraag. Ik heb die naam bedacht toen ik A Possible Life samenstelde. Ik zou het leuk vinden om eveneens boeken uit te geven van andere mensen. Het is altijd een geldkwestie.

 

MT:

Hoe verhoudt dit boekje zich dan tot de eerdere uitgave A Possible Life en het nog te verschijnen Il m’a sauvé (2016)?

 

BK:

A Possible Life was genomineerd voor de DutchDoc prijs. Dat boek gaat over een vriend van mij uit Niger. Hij woonde tien jaar illegaal in Nederland. Ik heb foto’s van hem genomen, gecombineerd met privé-foto’s en documenten, en met brieven van zijn kinderen aan hem. Het was een heftig onderwerp; het boek gaat over illegaliteit. En wat het betekent als je gescheiden bent van je vrouw, je kinderen.

 

Looking for M. is lichtvoetiger van aanpak. Hoewel ik al heel lang met Mozambique bezig was, en het serieuze materie is, wilde ik een moeiteloos project. Er naar toe reizen en kijken wat we aantreffen. Ook vanuit het idee om Afrika eens niet zo zwaar van toon te benaderen.

 

Il m’a sauvé is een vervolg op A Possible Life. Met de vormgever van dat boek, Annette Kouwenhoven, ben ik naar Niger gegaan. Jean Gualbert was toen teruggekeerd naar Niger, inmiddels woont hij weer in Nederland, waar hij een tijdelijke verblijfsvergunning heeft gekregen. In Niger hebben we zijn familie gesproken, zodoende werd Il m’a sauvé een aanvulling op A Possible Life. We hebben zijn kinderen en andere familieleden geïnterviewd; wat is de impact van de afwezigheid van hun vader op het gezin? Het gaat veelal over geld, er worden kleine leugens vertelt, noem maar op. Het vervolg op Il m’a sauvé zal gaan over informele economie; hoe mensen hier illegaal verblijven en hun families daar onderhouden. Al die lagen willen we in het project onderzoeken. Looking for M. is ‘ertussendoor’ tot stand gekomen.
 

MT:

Dan is er dat pamflet bijgesloten; ik vind het een subtiel document; er zit veel in. De voorpagina van het bijgesloten katern op grijs papier is een reproductie van, wat ik eruit opmaak, een aanbevelingsbrief voor jouw verblijf in Mozambique, in augustus 2013. Waar diende dat document precies voor?

10x15LFMCOVER006

BK:

Het document is bedoeld voor fotojournalisten om min of meer vrijelijk te kunnen fotograferen in Mozambique. In principe is het zonder accreditatie, uitgegeven door het Ministerie van Informatie om het mogelijk te maken op straat te fotograferen, maar er zijn allerlei restricties. Soms houden corrupte militairen je aan en vragen wat je aan het doen bent. En als je dan de taal niet machtig bent…Die brief hielp daar wel bij. De accreditatie moet je in Maputo aanvragen. De procedure is traag. Aanvankelijk dachten we, we doen het niet. We hadden het document nodig om de oud-strijders van FRELIMO te kunnen fotograferen. Officieel maken zij nog deel uit van FRELIMO en hebben een verblijfsplaats toegewezen gekregen. En ik wilde de veteranen per se fotograferen. Hiervoor is officieel toestemming nodig van FRELIMO, de partij die nog altijd aan de macht is. We hebben een dag gewacht op de accreditatie, de kosten ervan zijn normaliter 30 euro’s. Uiteindelijk kwam een hogere ambtenaar het document ondertekenen en hoefden we niet te betalen. Toen kon ik aan de slag.

 

MT:

Ja, mooi als opening van de publicatie: dit document had jij nodig om bij dit onderwerp te kunnen komen…

En dan komen we bij die grappige naam: ‘Eisenloeffel’. Moet er geen umlaut op de ‘o’: betekent de achternaam niet ‘lepel’ in het Duits?

 

BK:

Nee, dat vertelde zijn weduwe, Immeke Sixma, mij; de connectie met het Duits ligt gevoelig!

 

MT:

En wie is Frits Eisenloeffel, die in 1974 voor het eerst naar Mozambique afreisde? Dat laatste maak je meteen op uit de ‘tijdslijn’, zo noem ik het maar. In het pamflet staat ook een stuk dat hij schreef in Het Parool van 28 juli 1975. Het jaar dat Mozambique onafhankelijk werd verklaard.

BK:

Frits studeerde politicologie aan de UvA. Hij studeerde af op Internationale Betrekkingen. In die periode raakte hij geïnteresseerd in de onafhankelijkheidstrijd in Afrikaanse landen. Tijdens zijn studie is hij in aanraking gekomen met geradicaliseerde Portugese deserteurs in Parijs. Hij raakte geïnteresseerd in en schreef over Portugal, toen nog een fascistische staat. Op het moment dat de Anjerrevolutie plaatsvond (25 april 1974) in Portugal, een opstand van lage officieren, die er genoeg van hadden dat zij de prijs betaalden voor die koloniale oorlogen, heeft een machtswisseling plaatsgevonden. Dat was het einde van de fascistische staat. Hij maakte samen met fotograaf Han Singels verschillende reizen naar Portugal. Tijdens de Anjerrevolutie ging Frits E. met een militair transport naar Mozambique (in mei 1974), Guinee-Bissau en de Kaapverdische eilanden (in augstus 1974). Hier begon hij met het schrijven van verhalen over deze landen in transitie.
Frits werkte in die tijd als freelancer voor b.v. de Groene Amsterdammer, het Parool en Avenue.

 

MT:

Maar waar kwam die interesse vandaan?

 

BK:

Na een studiereis naar Egypte, onder Nasser, in 1965 raakte Frits E. geïnteresseerd in verzetsbewegingen in Latijns-Amerika en de onafhankelijkheidsstrijd in Afrika. In zijn studietijd had hij kennelijk ook contacten met Portugese dienstweigeraars die zich bezighielden met de koloniale oorlogen.

 

MT:

Oké, dat als achtergrond. ‘A brief history’ is een tijdslijn in het pamflet, gebaseerd op de BBC en FRELIMO Terceiro Congresso, gepubliceerd in 1978. Wat zijn dit voor bronnen?

FRELIMO TERCEIRO CONGRESSO001 DSCF2043FRELIMO TERCEIRO CONGRESSO002 DSCF2044FRELIMO TERCEIRO CONGRESSO003 DSCF2045

BK:

Kijk, ik heb ‘m meegenomen: dit is een propagandaboek, uitgegeven ter gelegenheid van een derde congres van de bevrijdingsbeweging. Er staat een uitgebreide tijdslijn in. FRELIMO had een aantal partijcongressen gehouden. In 1977 is officieel de marxistisch-lenistische doctrine aangenomen. En wat betreft de BBC: een BBC website heb ik geraadpleegd waarop een tijdslijn staat, die ik integraal heb overgenomen. (Dat mag eigenlijk niet). Ik ben me ervan bewust dat daar wel kritiek op zou kunnen komen, maar ik laat de tijdslijn beginnen in 1891, het jaar waarin de huidige grens van Mozambique werd vastgelegd.

 

MT:

Want?

 

BK:

Vanwege het ‘verzet’ dat al voor die tijd bestond, de geschiedenis van Mozambique reikt sowieso veel verder terug.

 

MT:

Ja, 734 na Christus!

 

BK:

Ja, dat zijn de eerste bronnen, uit orale overlevering.

 

MT:

Helder. Mooi om die bijzondere documentaire fotoboeken en tijdschriften in de post op te nemen. Is jouw tijdslijn er doorheen verweven?

En waarom maakte je in 1997 je eerste reis naar Mozambique, in 2000, drie jaar later, bracht je een tweede bezoek aan dat land; en in 2013, veel later, ga je opnieuw terug?

 

BK:

Heel concreet: ik had die tijdslijn nodig om gebeurtenissen te kunnen plaatsen; veel mensen kennen de geschiedenis van dit land niet. Het materiaal van Frits E. zit er doorheen, zo wordt duidelijk dat alles met elkaar is verweven. In 1997 studeerde ik in Zuid-Afrika, zoals ik zei, maakte een eerste bezoek en raakte overweldigd door het land, door de vriendelijkheid van mensen. Dat was relatief kort nadat de burgeroorlog was afgelopen. Mozambique was toen een vriendelijker land dan Zuid-Afrika. Apartheid was net afgeschaft, maar nog heel tastbaar op de universiteit: ik zat op een echte Afrikaner-universiteit. Je moest erg op je woorden passen. Sommige mensen waren niet gediend van Europeanen die de Afrikanen kwamen vertellen over hun geschiedenis. De kwestie lag gevoelig.

In 2000 was ik afgestudeerd aan de VU, mijn MA-scriptie ging over de rol van vrouwen in de onafhankelijkheidstrijd in Mozambique. In die tussentijd ben ik verschillende malen in Zuid-Afrika geweest, en maakte er de series ‘HIV’ (mijn afstudeeropdracht voor de KABK) en over arme blanken, in het verlengde van mijn thesis voor de Masteropleiding Photographic Studies.

 

MT:

Waarom ging je überhaupt naar Zuid-Afrika?

 

BK:

Dat was in het kader van een eerste uitwisseling tussen de VU en de Universiteit van Pretoria. Ondanks de culturele boycot heeft de VU die banden altijd behouden. Daarom kon ik probleemloos als eerste student van de faculteit geschiedenis van de VU daar naar toe. Na mijn studie in 2000 wilde ik een reis maken van Johannesburg tot Nairobi, over land. Ik had geschreven over Mozambique en wilde het nu met eigen ogen zien, het land doorkruisen.

 

Toen ik daar kwam vonden er grote en desastreuze overstromingen plaats, ik had niet door hoe ernstig de situatie was. Het Internet was nog niet zo groot… Ik wilde liftend naar Nairobi en reisde met een groepje backpackers. Ik wilde naar het Noorden reizen maar kwam noodgedwongen niet verder dan een plek waar de weg was weggeslagen door het water. We hebben zelfs een nacht tussen de vluchtelingen op straat geslapen en zijn toen teruggestuurd door militairen vanwege het gevaar van het natuurgeweld. Dat realiseerde ik me helemaal niet, dat was vrij naïef. Vervolgens ben ik via Zimbabwe teruggereisd naar het Noorden van Mozambique. Ik had langer willen blijven, vanwege de overstromingen was het verblijf beperkt tot Maputo en een stad in het Noorden: Tete.

 

Na 2000 heb ik fotojournalistiek werk in Zuid-Afrika gemaakt, de Master Photographic Studies in Leiden gedaan, het werk van Eisenloeffel beschreven en zijn archief ontsloten, en wilde nog een keer terug naar Mozambique om te fotograferen wat ik in de keren daarvoor had gemist. De herinneringen, die ik destijds niet heb kunnen vastleggen, wilde ik nu vastleggen.

 

MT:

Dit ging vooral over je eigen fotografisch werk maken, en het heden?

10x15LFMCOVER012 

BK:

Mijn vader overleed in de tijd dat ik aan het afstuderen was. Hij heeft mij kennis laten maken met fotografie. Mijn vader had, zoals veel mensen in de jaren 70 en 80, een doka. Als kind sprak me dat analoge procedé al aan. Sahel (1982) van Willem Diepraam was het allereerste fotoboek dat wij in huis hadden. Wij ontvingen het fotoboek van de Novib, net als elk jaar een kalender. Misschien dat in mijn onderbewuste al de verbinding is gelegd met jonge zwarte (school)kinderen die je stralend aanstaren!

Het was een roerige tijd, ik moest er even uit, uit het keurslijf van de universiteit en het studentenbestaan. Ik wilde vrijheid.

 

De reis in 2013 verliep heel anders: met een vriend, in een auto. Ik ben ouder, heb kinderen…meer verantwoordelijkheid. Ik stond daar anders in.

Toen ik weer foto’s van Mozambique zag, van Frits, dacht ik dat ik dit ‘verhaal’ maar eens moest oppakken, om de cirkel rond te krijgen. Op zoek naar het Mozambique dat ikzelf kende, dat Frits heeft gezien, en dat ik nooit heb gefotografeerd.

 

MT:

Even terug naar de historische context.

Frits E. beschrijft de periode van de dan al zittende overgangsregering van FRELIMO. Zou je kunnen uitleggen wat dat woord betekent. Het klinkt als een naam van een frisdrank!

 

BK:

FRELIMO is een afkorting van Frente de Libertação de Moçambique: het bevrijdingsfront van Mozambique, voortkomend uit het samengaan van drie andere politieke partijen. En de beweging is nog steeds aan de macht.

 

MT:

Ja, dat is ongelooflijk…FRELIMO werkte toen ondergronds aan de overgang van een staat van oorlog naar vrede, aan materiele problemen, diaspora – misschien bestond het begrip toen nog niet, maar daar ging het wel over – en hongersnood. Wat zijn ‘Dynamisation groups’? Frits E. spreekt van ‘autonome eenheden, vergelijkbaar met comités binnen FRELIMO (Frits zegt het zo mooi: “the most decentralized expression of popular power”).

 

BK:

De opkomst van FRELIMO is vrij complex: FRELIMO opereerde aanvankelijk vanuit het Noorden van Tanzania, dat was bevrijd gebied. De situatie was minder spectaculair dan je in de propaganda van FRELIMO leest. Ze oefenden daar enige invloed uit. FRELIMO wilde een socialistische maatschappij scheppen, vanuit Tanzania. En die ‘dynamiserings groepen’ zijn organisaties die werden opgezet in gebieden die nog niet bevrijd waren door FRELIMO. Dit heeft alles te maken met de overgangsfase. Het waren groepen waarin mensen zelf hun leiders konden kiezen. Die zaten in fabrieken, landbouwcollectieven, en dorpen. De bevolking wees de leiders aan.

 

MT:

Een soort vakbonden?

 

BK:

Ja, vergelijkbaar. En vanuit die groepen werden delen van het land bestuurd. De leiders hadden veelal een lidmaatschap van FRELIMO. Officieel opereerden zij onafhankelijk van de leer van FRELIMO en werkten zij aan een nieuwe samenleving. Zij zaten vooral in gebieden waar nog geen strijd was gevoerd tussen Portugal en FRELIMO.

 

MT:

Klinkt enigszins als zendingswerk…

 

BK:

Ja…Die groepen waren een vorm van buffers; mensen werden er klaargestoomd voor de socialistische ideologie. Een van de speerpunten van FRELIMO was het verzet tegen prostitutie, dat werd verboden toen zij aan de macht kwamen. Er werden een soort toneelvoorstellingen gegeven waarin tegen prostitutie, kapitalisme etc. werd gepropageerd. Om er voor te zorgen dat achtergebleven Portugezen niet zouden radicaliseren of reactionair gedrag zouden gaan vertonen. Ook waren er veel Mozambikanen die niets van FRELIMO wilden weten, niet socialistisch ingesteld waren. Later is Mondlane vermoord, waarschijnlijk door dissidenten binnen de beweging, in samenwerking met de geheime dienst van Portugal (PIDE). Er zijn veel machtsspelletjes gespeeld; kortom, die overgangsperiode was heel roerig. In 1977 is de doctrine officieel tot regeringsbeleid gemaakt. Die ‘dynamiserings groepen’ werden ook gebruikt om fabrieken draaiende te houden op het moment dat de Portugezen vertrokken, vraag is of ze daartoe in staat waren. In feite om het land, ook economisch, klaar te stomen voor wat komen gaat.

 

MT:

Sommige dingen weet je gewoon niet. Medio jaren 70 leefden 200.000 blanken in de Portugese kolonie. De helft ervan is dan al weggetrokken, schrijft Frits. Het gaat om mensen die hoog op de maatschappelijke ladder staan: Europese dokters, ingenieurs, docenten, makelaars, ambtenaren. Dat leverde nogal wat kritiek op. Ik vond deze zin veelzeggend: “ An average departing Portugese family has as many cubic metres of baggage as the total living space of an average (much larger) African family living in a slum”. (aldus een uitspraak van een jonge FRELIMO aanhanger, ergens in de havens van de hoofdstad). Zou je op die uitspraak willen reageren?

BK

De Portugezen hadden het natuurlijk beter dan de oorspronkelijke bewoners, net zoals dat het geval was in de andere koloniën. De macht was ongelijk verdeeld. Op het moment dat de overgang plaatsvond dienden zij te vertrekken; daar zit een heleboel haat en nijd. De uitspraak heeft betrekking op vluchtende Portugezen die bang waren voor een ‘Bijltjesdag’.

Tijdens de overgangsperiode was er veel angst onder de Portugezen, die leidde tot een massale exodus. De Portugezen zijn dus niet verjaagd, in tegenstelling tot veel berichtgeving. Vooral veel jonge Portugezen zijn gebleven; hele families raakten verscheurd, omdat kinderen die geboren waren in Mozambique zijn gebleven.

 

We spraken een vrouw, die in 1975 als meisje gevlucht was uit Mozambique, en nu is teruggekomen om een hotel te openen. In het hotel was een soort museum over Samora Machel ingericht, maar zij ondervond wel last van allerlei restricties. Door de crisis in Zuid-Europa keren sowieso veel Portugezen terug naar de voormalige kolonie. Daar liggen kansen. De overheid is echter terughoudend in het toelaten van Europeanen. Mensen worden letterlijk aan de grens tegengehouden. De meest aangrijpende foto’s zijn die van vluchtende Portugezen. Tegelijk heb ik begrip voor de uitspraak van die Afrikaan. Hij zal oprecht verbolgen zijn geweest. De Portugezen woonden immers in mooiere huizen, hadden het beter dan de Mozambikanen.

 

De president die aan de macht was toen ik in Mozambique was, voormalig minister van Binnenlandse Zaken in de regering Machel: Armando Guebuza, had een decreet uitgesproken: ‘24/20’. Iedere burger mocht maximaal 20kg bagage meenemen en moest binnen 24 uur het land uit zijn. Dat is pertinent onjuist. Portugezen waren welkom om te blijven, behalve reactionairen, groot-landbezitters en kapitalisten, die werden verdreven. Er deden een heleboel verhalen de ronde. Zo zouden de Portugezen beton door de liftschachten van een groot hotel hebben gestort om het op die manier onbruikbaar te maken.
De uittocht werd versterkt door de val van het fascistisch regime en de mislukte coupe van september 1974, waarover Eisenloeffel ook schreef (een coupe door reactionaire Portugezen).


MT:

Ja, je voelt de wrijving. Samora Machel was de nieuwe president, die vlak na de onafhankelijkheid het land intrekt en de toekomst met zijn burgers ging bespreken. Frits E. spreekt van zijn “impressive circus”. Wat bedoelt hij daarmee? Hoe moet je je dat voorstellen?

EDUARDO MONDLANE EEN REBEL DSCF2046

IMAGAENS DE UMA REVOLUCAO003 MEISELAS DSCF2062

IMAGAENS DE UMA REVOLUCAO004 MEISELAS DSCF2063

BK:

Machel heeft Eduardo Mondlane opgevolgd. Hij was de militaire leider van FRELIMO en president van de eerste Republiek. Machel maakte in de aanloop naar de onafhankelijkheid een zegetocht door het land. Dat werd een soort mediacircus, waarbij hij toespraken hield en een plek bezocht waar een massaslachting heeft plaatsgevonden. Verder bezocht hij de strategische Cahora Bassadam, een energiecentrale die FRELIMO trachtte te vernietigen omdat de Portugezen daar hun stroom vandaan haalden. De zegetocht had een enorme symbolische waarde. Machel was mediageniek, een knappe man die tot de verbeelding sprak. Tijdens zijn regime heeft de gewapende strijd een enorme vlucht genomen. Hij wordt daarom nog altijd geëerd. Eisenloeffel reisde mee met het mediacircus, met een filmploeg.

PERSFOTO MONDLANE EN MACHEL DSCF2055

MT:

Interessant om die verbanden te kunnen leggen. Laten we dat beeld vasthouden: Machel en zijn mediacircus. In het kleine pamflet – dat zo compact is en zoveel informatie verschaft – is ook een genummerde foto-index opgenomen. Wat opvalt is dat Looking for M. opent – getuigend van een zekere bescheidenheid – met een krantenfoto en copyright stempel van Frits Eisenloeffel. Waarom?

10x15LFMCOVER007

BK:

Het is een fragment uit De Groene Amsterdammer. Het copyright stempel is van Frits, het bijschrift ‘photographs must be returned’, is afkomstig van een persfoto waarop Machel samen met Mondlane te zien is. En de opname komt weer terug in een van mijn foto’s. Historisch en juridisch gezien was het niet correct, maar het paste zo mooi bij de wens: niet terug naar de fotograaf, maar naar het land. Merkwaardig genoeg was er ook een militair die ons aanhield en begon te fulmineren dat fotografen altijd maar foto’s kwamen nemen van de mensen in Mozambique en verder niets terug gaven.

DUMMY009 DSCF2036 

Ik kwam pas later op het idee om de foto’s van Frits en mij te gaan combineren. En tegelijk is het een ode aan zijn werk; een manier om zijn oeuvre meer publiekelijk te maken. Hij was er eerder, in Mozambique, vandaar begint het verhaal chronologisch met de foto’s van Frits en het eindigt met een documentje van mij: het entreekaartje van het Museum van de Revolutie. Frits heeft zich tien jaar intensief beziggehouden met Afrika, en heeft indertijd gepubliceerd in bladen als Avenue, Het Parool en De Groene, maar op deze manier wordt dat deel van zijn werk in een nieuwe context geplaatst. Het betreft overigens zijn vroegste werk.

DUMMY007 DSCF2034

MT:

Nog een enkele vraag over jouw tekst in dit boekje. Jij beschrijft in het pamflet hedendaags Mozambique veertig jaar later. En opent met de vermelding van een paradox tussen, aan de ene kant opzichtig kapitalisme in het straatbeeld, en aan de andere kant de (lit)tekens van de gewapende revolutie toentertijd en van de inmiddels verlaten Marxistisch-lenistische ideologie, in standbeelden en muurschilderingen. Zou je die paradox enigszins kunnen toelichten?

 

DUMMY008 DSCF2035

10x15LFMCOVER014

BK:

De muurschilderingen zijn een essentieel onderdeel van het Mozambikaanse straatbeeld en van de geschiedenis van het land. Dit wordt mooi uitgelegd door Paul Fauvet die ik heb ontmoet in Maputo. In alle grote steden en plaatsen vindt je muurschilderingen. In deze schilderingen werd op een prachtige wijze geageerd tegen de bourgeoisie en het verhaal van de revolutie verteld. Als in een stripverhaal wordt die geschiedenis uitgelegd. Misschien is het beeldverhaal bedoeld voor ongeletterden. Veel van die muurschilderingen blijken gebaseerd te zijn op foto’s. Foto’s die in de pers naar buiten zijn gebracht. Het is echt prachtig.

 

De toenmalige leiders zijn nu nog steeds aan de macht. Dat is fascinerend. Onder president Chissano liet FRELIMO het Marxisme-leninisme achter zich, maar veel van de oude heren zitten nog op het pluche. Verder spreekt vooral Samora Machel – hij is echt de vader des vaderlands – nog altijd tot de verbeelding. Hij is charmant, heeft sexappeal; hij is echt het symbool van het land. Deze vorm van persoonsverheerlijking speelde nog niet in de tijd dat Mondlane de beweging leidde.

 

Nu zie je een enorme influx van het kapitaal. De Mozambikaan is tegenwoordig niet per se geïnteresseerd in de historie van de revolutionaire strijd. Je ziet dat vooral jongeren geïnteresseerd zijn in een carrière, het verdienen van geld en in hun telefoon. Dat is in het straatbeeld te zien. Mensen lopen achteloos langs de muurschilderingen. Voor Frits stonden deze schilderingen voor de toekomst, voor mij eerder voor het verleden. Daarom heb ik ook bewust de muurschildering van R. Kelly in het boek opgenomen. Die schildering komt uit het hart van de jeugd. Verder zien we reclames, ook in de vorm van muurschilderingen. Rondom een standbeeld van Machel in Beira staan ‘standbeelden’ van flessen Coca Cola. Ik heb dit monument niet opgenomen in mijn boek. En inmiddels zijn er meer muurschilderingen van mCel en Vodacom dan van Samora Machel. De mobiele telefonie-aanbieders zijn meer aanwezig dan de revolutionairen. De geschiedenis lijkt daarmee enigszins te vervagen; je moet er naar op zoek. En waar voorheen Mondlane op de voorgrond trad, lijkt het er nu op dat nieuwe standbeelden van Machel een prominente plek innemen.

10x15LFMCOVER015

MT:

Zou je wat meer kunnen vertellen over de oprichter van FRELIMO en het prototype van de moderne oppositieleider: Eduardo Mondlane? Nu enkel nog een schim, een vaag historisch figuur, schrijf je.

THE STRUGGLE FOR MOZAMBIQUE001 DSCF2047

BK:

Eduardo Mondlane was een intellectueel; een doctor in de antropologie, hij sprak goed Engels. Hij genoot een opleiding in Zuid-Afrika, werkte voor de V.N. in de Verenigde Staten en huwde een Amerikaanse. Daarna, kwam hij terug naar Mozambique, om vanuit Tanzania de beweging te leiden. Toen FRELIMO in 1962 voortkwam uit de fusie van drie andere partijen werd Mondlane gesteund door president Julius Nyerere van Tanzania; hij was gekozen als leider. Mondlane is dus de oprichter van de partij, maar in die tijd opereerde FRELIMO vooral vanuit Tanzania.

 

Hij was anders dan Machel, die was opgeleid tot verpleger. Ik was heel benieuwd hoe de Mozambikanen dat verschil ervoeren tussen Mondlane en Machel. Volgens een Mozambikaanse barman was Mondlane de theoreticus die aan de hand van een theoretisch raamwerk uitdacht hoe de eerste stappen richting onafhankelijkheid te maken, en was de commandant van de strijdkrachten: Machel, de persoon die daadwerkelijk de oorlog heeft gevoerd.

 

Toen Mondlane aan de macht was, bleek er een enorme interne machtsstrijd gaande. Mondlane is in 1969 vermoord door een bombrief in Dar es Salaam –waarschijnlijk door de geheime dienst van Portugal, en door FRELIMO dissidenten. Na zijn dood volgde een machtsstrijd tussen Uria Simango, de vice-president, en Samora Machel. Laatstgenoemde won. Simango werd van verraad beschuldigd en na een showproces geëxecuteerd. Het doet enigszins denken aan het verhaal van Lenin en Stalin en Trotsky. Mondlane bleek geen fan te zijn van sommigen die na hem aan de macht kwamen en in zijn boek The Struggle for Mozambique staat hij zij aan zij met Simango. In een latere stripversie staat Simango nergens afgebeeld. Toch behoorde Simango tot een ander kamp dan Mondlane en Machel, die het land wilden hervormen naar een socialistische staat, Simango daarentegen wilde de blanke elite verruilen voor een zwarte elite.

Ik heb altijd het gevoel dat Mondlane een ietwat meer gematigd figuur was dan Machel en ben benieuwd hoe hij het land na de onafhankelijkheid zou hebben geleid. Welke richting FRELIMO dan gevolgd zou hebben…

 

MT:

Vanwege zijn plotselinge overlijden?

 

 

BK:

Ja…En wat betreft dat vervagen van Mondlane als historisch figuur… Niet alleen Machel heeft een standbeeld, er is ook een standbeeld van Mondlane, geschonken door Noord-Korea. In 2010 zijn er in alle provincie hoofdsteden exacte replica’s van het oorspronkelijke door Noord-Korea geschonken standbeeld van Machel geplaatst en in Maputo zelf, zo’n honderd meter van het origineel werd een reusachtig nieuw exemplaar geplaatst. Machel is inmiddels een exportproduct, een soort Che Guevara. Mondlane is dat niet meer , en misschien nooit echt geweest. Hij stond vroeger op de bankbiljetten afgebeeld, nu is dat Machel. Je ziet ‘m hooguit af en toe op een muurschildering, of in een school hangt een foto van hem.

 

MT:

In het begin van ons gesprek heb je al verteld waarom je in 1997 besloot, als student geschiedenis, zelf naar Mozambique te reizen. Ik wil toch even terugkomen op dat documentje dat je hebt opgenomen achterin het boek. Dat vertegenwoordigt, lijkt mij, een heel bijzonder moment voor jou. Je was op dat moment de enige bezoeker van het Museum van de Revolutie in Maputo. Het gebouw was vervallen, een oude onafhankelijkheidsstrijder, in lompen gekleed, gaf je een rondleiding door de ‘geschiedenis van de onafhankelijkheidsstrijd’.

10maartDSCF2080

BK:

Ik heb het museum twee keer bezocht. In 2013 was het dicht.
In 1997, studeerde ik, zoals ik al zei in Pretoria en had inmiddels mijn vakken afgerond. Een studievriend woonde in Maputo en ik was uitgenodigd daar langs te gaan, hij werkte overdag op de ambassade. Met de Lonely Planet in de hand bezocht ik allerlei plekken waaronder het vervallen museum van de revolutie en het natuurhistorisch museum. Het museum is zo typisch revolutionair artefact. Ik houd daarvan; musea die niet zo aantrekkelijk zijn voor de meeste toeristen. In El Salvador zag ik die ook. Van die slechte bordjes, vreemde objecten (wapens, pasjes, foto’s, vlaggen, maar ook een springtouw en de korte sportbroek van Machel) trof ik aan. Sommige zaalteksten waren rechtstreeks overgenomen uit Mondlane’s boek. Pas toen ik mij aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam met Mozambique ging bezighouden viel alles op z’n plek.

 

Het feit dat de man, een oud-strijder in een half uniform, terplekke in het museum, voor mij uitliep en de lichten in de zalen ontstak, gaf een bijzonder gevoel. Alsof je teruggaat in de tijd; als een archeoloog die een ontdekking doet. Het museum was in de jaren zeventig opgericht. Er staan kanonnen, er hangen Koreaanse schilderijen. Fascinerend om te zien dat er ogenschijnlijk niets veranderd was sinds de opening van het museum. Vergane glorie. Toen ik in 2000 terugkwam, met meer historische kennis, kon ik alles wat tentoongesteld was veel beter plaatsen. In 2013 was het museum gesloten, in verband met een renovatie. En wat betreft dat kaartje: ten gevolge van de inflatie is de entreeprijs verhoogd; de oude prijs is doorgekrast op het entreekaartje.

 

MT:

Vertel alsjeblieft wat meer over het boek waar de oud-strijder, ik noem hem nu gemakshalve de ‘suppoost’, jouw op wees: The Struggle for Mozambique en dat is geschreven door Eduardo Mondlane zelf. En hoe de publicatie de basis vormde voor je MA-scriptie geschiedenis, waarin je de rol van vrouwen in de onafhankelijkheidsstrijd onderzoekt.

BK:

Vaak wordt The Struggle for Mozambique aangeduid als een autobiografie, maar het is in feite een heldere uiteenzetting van de geschiedenis van de strijd om Mozambique. Het Museum voor de Revolutie is voor een groot deel gebaseerd op deze publicatie. Zo raakte ik geïnteresseerd in de strijd om Mozambique. Ik was me aan het specialiseren in moderne Afrikaanse geschiedenis, in relatie tot het ANC in Zuid-Afrika, maar naar aanleiding van dat museumbezoek en de publicatie van Mondlane wilde ik hierover gaan schrijven. Mondlane was een voorstander van het verbeteren van de positie van vrouwen. Daarover gaat mijn scriptie. In eigentijdse propagandistische bladen als Mozambique Revolution werd aandacht besteedt aan de vrouwenbeweging, daarop ben ik dieper ingegaan. In de bevrijdde gebieden, kregen vrouwen in eerste instantie meer rechten. Ook werden vrouwen opgenomen in de zogenaamde Destacamento Feminino’ aangevoerd door Machel’s eerste vrouw Josina Machel. In Looking for M. staat een portret van een vrouw die in zo’n detachement heeft gezeten.

MT:

Dat vond plaats in 1999. Zes jaar later ontdek je het archief van de Nederlandse journalist Frits Eisenhoeffel (1944-2001). Het is me niet duidelijk wat zijn professie was. Was hij fotojournalist of schrijvend journalist?

 

BK:

Frits Eisenhoeffel (Frits E.) was schrijvend journalist en had beeld nodig bij zijn stukken…

10x15LFMCOVER016

MT:

Want jij zet Frits E. als fotojournalist op de voorgrond.

 

BK:

Dat klopt ja, ik ben zijn fotografisch archief ingedoken.

 

MT:

Frits E. was begin jaren zestig geïnteresseerd in, toen, fascistisch Portugal en het verlies van haar grip op de koloniën. Vanwaar die bijzondere belangstelling van Frits E. voor dit land, in deze problematiek?

 

BK:

Zoals ik al zei, Frits kwam in contact met Portugese deserteurs. Zijn werk valt in twee delen uiteen: Zuidelijk Afrika, en in de jaren tachtig van de twintigste eeuw de oorlogen in Afrika, vooral de bevrijding van Eritrea. Tien jaar lang heeft hij de antiapartheidsstrijd gefotografeerd.

 

MT:

Hoe kwam je in aanraking met zijn archief?

 

BK:

Via Flip Bool (voormalig hoofdconservator collecties/archieven Nederlands Fotomuseum NFM, Rotterdam). Ik liep stage in het Nederlands Fotomuseum. Ik deed onderzoek naar Nederlandse fotografen in Afrika van 1840 tot nu. Flip Bool had contact gehad met de weduwe Immeke Sixma, vanwege haar verzoek zijn archief onder te brengen in het NFM. Flip Bool achtte het toen niet geschikt, maar wees mij er wel op. Immeke gaf mij vervolgens opdracht het archief te beschrijven en te ontsluiten. Met het oog daarop is een stichting is in het leven geroepen om het werk van Frits E. gemaakt in Afrika bij een breed publiek onder de aandacht te brengen. Uit 300.000 foto’s was een keuze gemaakt van 3.000 stuks, die zijn gescand. Later heb ik de geselecteerde foto’s aan de hand van publicaties, tijdschriften, en dagboeken in een fotoprogramma beschreven. Mozambique is daar slechts een klein onderdeel van: ongeveer 200 foto’s. Een deel daarvan is beschikbaar gemaakt door het Internationaal Instituut Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam, in de vorm van een digitale tentoonstelling. Het instituut heeft de collectie van Frits E. integraal verworven.

 

MT:

Je hebt de gegevens in een databank opgenomen?

 

BK:

Ja! In FotoStation, een software programma waar Hollandse Hoogte ook meewerkt.

 

MT:

Hoe lang heb je hieraan gewerkt?

 

BK:

Zo’n anderhalf jaar, gedurende een dag per week.

 

MT:

Straks gaan we meer op zijn afzonderlijke foto’s in, ook in vergelijking met jouw werk.

Er is nog een begrip dat Frits introduceert. Wat moeten we verstaan onder de ‘Carnation Revolution’ van april 1974? Ik lees: een militaire coup van links progressieven, zonder bloed vergieten.

BK:

Carnation Revolution is de eerder genoemde geweldloze Anjerrevolutie van 25 april 1974. Deze revolutie leidde het einde in van een jarenlang fascistisch bewind. Lagere Portugese officieren kwamen in Portugal in opstand uit frustratie over de hoge prijs die, vooral door hen, betaald werd tijdens de koloniale oorlogen. Frits had contacten en interesse in de bevrijdingsstrijd. Hij besloot mee te reizen met een militair transport om verslag te doen. Eerst in het West-Afrikaanse Guinee-Bissau en later in Mozambique. De andere zuidelijk Afrikaanse landen volgden later.

 

MT:

Vlak daarna reist Frits E. naar Mozambique en Guinee-Bissau om verslag te doen van de politieke omwentelingen voor Het Parool en De Groene Amsterdammer. Waar ligt dat?

 

BK:

Aan de Westkust, bij Senegal.

 

MT:

Fotografie is ingezet voor partijpolitieke propaganda, daar wees je ook op in relatie tot het tijdschrift Mozambique Revolution. HOE dan?

th

BK:

FRELIMO had ook steun vanuit het buitenland nodig. Veel buitenlandse anti-imperialistische actiegroepen (zoals de Eduardo Mondlane Stichting – later opgegaan in het NIZA) verspreidden tijdschriften (Mozambique Revolution is de bekendste), posters etc. Daarin werd veel gebruik gemaakt van werk van Mozambikaanse fotografen. Kok Nam, Ricardo Rangel en anderen staan in dat land voor een sterke foto-journalistieke traditie. Vraag is in hoeverre hun foto’s werden afgedrukt in de propagandistische tijdschriften van FRELIMO, die ze wereldwijd naar antiapartheidsorganisaties stuurde. Fotografie speelde daarin een belangrijke rol, om de wandaden van Portugal te tonen en de manier waarop FRELIMO opereerde in bevrijdde gebieden. Desalniettemin waren er ook veel buitenlandse fotografen die foto’s maakten. De Zweed Anders Johansson, de bekende Afrikanist Basil Davidson, de totaal vergeten Japanse fotograaf Tadahiro Ogawa, maar ook Koen Wessing en Frits Eisenloeffel. De foto’s van Frits verschenen destijds, meen ik, op een actieposter. Het werk van Frits werd echter niet door FRELIMO of de MPLA gebruikt.

GROENE EISENLOEFFEL EN WESSING001 DSCF2065

MT:

Wat valt er te zeggen over de neef van Frits E., de professionele fotograaf Koen Wessing? Van hem verschijnt, nota bene in 1974, bij de Bezige Bij in Amsterdam Chili september 1973. En, lees ik in Wessing’s biografie, vertrok hij datzelfde jaar in opdracht van het Angola Comité naar Guinee-Bissau. Wie ging met wie mee?

DJARAMA PIAGC KOEN WESSING DSCF2059

BK:

Frits en Koen zijn daar niet tegelijkertijd geweest. Frits is in Guinee-Bissau in eerste instantie geweest om samen met anderen in opdracht van de VPRO een film te maken. Koen Wessing is een volle neef van Frits Eisenloeffel. Frits leerde het fotograferen van Han Singel, Joost Guntenaar en Koen Wessing. Wessing heeft inderdaad na zijn markante publicatie over Chili Djarama PIAGC gemaakt, in opdracht van het Angola Comité, naar aanleiding van het eenjarige bestaan van de Republiek. De publicatie, meer een cahier, heeft hetzelfde formaat als Chili, september 1973, maar de vormgeving is kwalitatief minder hoogwaardig. Ik denk dat de geestdrift die in Chili, september 1973 aanwezig is ontbreekt in Djarama PIAGC. Ik heb ergens gelezen dat op het moment dat Wessing deze foto’s maakte, Angola, net als Mozambique, de facto al onafhankelijk was. Portugal erkent de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau in september 1974. Op het moment van verschijnen van Djarama PIAGC viert Guinee-Bissau de onafhankelijkheidsverklaring van de Republiek, die een jaar geleden officieel plaatsvond.

MT:

Ik vroeg me af in hoeverre beïnvloedt zo’n boekje als Chili, september 1973 iemand als Frits E.?

 

BK:

Ik denk dat ze het engagement deelden. Frits heeft overigens nooit fotoboeken gemaakt. Frits heeft wel een verhaal over Guinee-Bissau geschreven in de Groene Amsterdammer op 15 mei 1974, waarin foto’s van Koen Wessing staan. Dat was voordat het boekje Djarama PIAGC uitkwam.

 

MT:

Dus er was sprake van een soort kruisbestuiving!

Vanwaar was het catalogiseren van het foto-journalistieke oeuvre van Frits E. een katalysator om in 2013 opnieuw naar Mozambique te reizen?

BK:

Het archiveren van zijn werk riep een herinnering op. Door al die foto’s te bekijken voelde ik de behoefte weer terug te gaan. De herkenbaarheid van de beelden, de herinneringen die de beelden en teksten of dagboeken van Frits opriepen, en de herinnering aan mijn MA-scriptie, zetten mij ertoe om het land weer te bezoeken en te gaan vastleggen wat ik tijdens mijn eerdere reizen had gezien, maar niet gedocumenteerd. In die zin slaat de ‘M.’ in de titel zeker ook op ‘Memories’…Maar ook op ‘Mondlane’, ‘Machel’, en ‘Mozambique’. Dat gaf mij het gevoel dat ik dit hoofdstuk kon afsluiten.

 

MT:

Het volgende citaat is passend op dit moment in het gesprek. Zou je het kunnen toelichten? “The concept of Looking for M. is a conscious departure from the traditional journalistic method, being rather a personal and almost anachronistic approach in which both substantive and aesthetic synergy arises between the artistry and perception of two Dutch photographers working in different areas.” Hier breng je jullie beide samen en de perceptie van beide op Mozambique, er zit weliswaar veertig jaar tussen. Je beschrijft de waarde ervan, in tamelijk zware termen. De benadering is ‘persoonlijk’, ‘anachronistisch’, en ‘substantieel’ en ‘esthetisch’.

 

BK:

Op een geforceerde manier breng ik foto’s die destijds gemaakt zijn samen met mijn foto’s. Soms vullen de foto’s elkaar inhoudelijk aan, zoals in de foto’s van komende en gaande mensen in de havens van Maputo. Dan weer is sprake van overeenkomst in vorm. Zo is hier links een portret van een oud-strijder afgebeeld, een veteraan, en hij heeft misschien wel gevochten tegen deze militair op de rechterpagina.

DUMMY003 DSCF2030

In mijn eerste dummy heb ik de foto’s van Frits nog niet gebruikt.
In de dummies die daarop volgden heb ik de selecties op basis van esthetische gronden (denk aan hoe Stephen Gill het boek Let’s sit down before we go van Bertien van Manen samenstelde) gemaakt. Er was soms sprake van een opvallende gelijkenis tussen de voorstellingen op de foto’s van ons beide, die ik absoluut niet van tevoren had bedacht.

MT:

Laten we dit verder bespreken aan de hand van beeldmateriaal. Hoe plaats jij het werk van Frits E. in een nieuwe context, in Looking for M? En WAT zien we in jouw werk; waar kijken we naar? En dan komen we vanzelf te spreken over dat schoolmeisje, met zo’n grappige gele button op haar jurkje. Laten we dat bespreken aan de hand van een aantal dubbele paginaopmaken. De nummering van de foto’s ontbreekt op de fotopagina’s, dat maakt het wat lastig; je moet echt je best doen.

BK:

Frits werkte als journalist en zijn foto’s waren destijds bedoeld om mensen te informeren over de situatie toen. Nu krijgt zijn werk gedeeltelijk een andere betekenis, doordat zijn journalistieke beelden aan mijn documentaire foto’s worden gekoppeld. De cultuurhistorische context verandert en daarmee wellicht ook de interpretatie van de beelden.

PERSFOTO MONDLANE EN MACHEL DSCF2055

002-003

De tekst ‘return to sender’ komt van een veelgebruikte persfoto van een onbekende fotograaf, die ik op een gegeven moment heb gekocht. De stempel slaat op het terugbrengen van de foto naar de ‘bron’, hetzij de fotograaf, hetzij een archief. Frits wilde echter ook dat zijn foto’s gezien zouden worden door de mensen wie het daadwerkelijk betrof.

De persfoto, waar Eduardo Mondlane en Samora Machel samen op staan, is gemaakt in Tanzania. En kijk, dit bedoel ik met die muurschilderingen: hieruit blijkt ook weer dat Machel de logische opvolger is van Mondlane. Er zijn niet zoveel foto’s gebruikt waar ze samen opstaan.

 

MT:

Een meester-gezel verhouding, zogezegd. Oh, de muurschildering is daadwerkelijk gemaakt naar deze foto!

10x15LFMCOVER008

BK:

Ja. Vele mensen die de geschiedenis van Mozambique kennen, zullen deze foto herkennen. De Zuidafrikaan Albie Sachs heeft zelfs een publicatie uitgebracht over de specifieke Mozambikaanse muurschilderingen Images de Uma Revolução (1983). De foto’s in dat boek zijn gemaakt door Susan Meiselas. In het fotoboek is haar naam aangeduid als ‘Susan Maiselas’.

IMAGAENS DE UMA REVOLUCAO001 MEISELAS DSCF2060

MT:

Mooi dat je dit vermeld!

 

006-007

En dan…welk nummer? Ik had de fotopagina’s gewoon moeten nummeren! Ik vermoed dat dit ook een zogeheten dynamizing group is. Collectief wordt er gewerkt aan een weg. Frits beschreef lang niet alles; dus dit is een foto waarmee ik het moet doen. En dit vond ik zelf een mooie landschapsfoto. Als je nu door Mozambique rijdt wordt overal aan wegen gebouwd, onder toezicht van Chinese opzichters. Frits E. werkte, zoals veel fotografen uit zijn tijd, in zwart-wit. Deze opname is in kleur; veel mensen denken daarom dat ik die heb gemaakt!

10x15LFMCOVER009 

010-011

Hier zie je het contrast heel sterk. Dit is een zwembad op het dak van een duur hotel in Maputo. We zien een migrant die het zwembad onderhoudt. En deze foto is gemaakt in het Grand Hotel in Beira: een megalomaan Portugees project uit de jaren vijftig. Een heel groot hotel is het, dat nooit goed heeft gelopen en daarom meteen failliet is verklaard. En later is gekraakt. Vergelijkbaar met Ponte City in Zuid-Afrika! Dit is het eerste Olympische zwembad in Mozambique. Nu doen mensen daarin de was. Tijdens de overgangsperiode was FRELIMO hier gezeteld. Beide foto’s heb ik gemaakt.

DUMMY011 DSCF2038DUMMY006 DSCF2033

MT:

Het is dus niet altijd TOEN en NU op het formaat van een dubbele pagina?

 

BK:

Nee, niet altijd.

 

014-015

Ik vermoed dat dit een voorstelling is in het kader van een dynamiseringsgroep. Waarin bijvoorbeeld werd verteld wat er fout was aan het kapitalisme. Het zou ook een feestelijke bijeenkomst kunnen zijn. En hier zie je spelende kinderen in Beira.

10x15LFMCOVER013

MT:

Het spelkarakter, het speelse hebben de beelden met elkaar gemeen….

 

016 en 018-019

10maart DSCF207310maartDSCF2081

Dit is een oud FRELIMO strijder, die nog altijd de baas is en met veel ontzag wordt benaderd. Hij is nog altijd de commandant, en deed het woord. Hij leeft in een dorp voor de veteranen.

En de vrouw afgebeeld naast ‘the school girl’ is een oud-strijdster uit het vrouwen detachement. Gisteren keek ik weer eens naar Sahel, het fotoboek van Diepraam, en op de achterkant staat een blinde vrouw afgebeeld. Deze foto doet me daaraan denken. Wellicht een clichématige referentie die er onbewust is ingeslopen.

 

MT:

Dit is een van de weinige momenten dat je een panoramisch zwart-wit fotootje klein op de bovenste helft van de witte pagina afdrukt. De man rechts, in uniform, is een Che Chevara type.

 

BK:

Opdat je niet ‘in het beeld’ hoeft te draaien. En de militairen hebben allebei een droevige blik, de houding is zelfs vergelijkbaar.

 

MT:

De lichaamstaal komt overeen.

10maart DSCF2074

028-029

Ja. De vrouw met het kindje valt een beetje weg tegen de muurschildering. Ik heb daar een tijdje gestaan met mijn camera. Mensen lopen er achteloos langs. Ertegenover staat een zwart-wit foto van Portugese militairen die luisteren naar een toespraak van Machel.

 

MT:

En Machel is afgebeeld op de muurschildering?

 

BK:

Ja, in die zin komen de foto’s weer overeen. Maar dit zijn wel boeven, toch?

 

10maart DSCF2075

032-033

Die jongens staan op een vuilnisbelt en zijn op zoek naar bruikbare materialen, om speelgoed van te maken. Deze opname is gemaakt op een vrij toeristische plek in het Noorden Pemba. Mozambique heeft een mooie kustlijn. En die kinderen, gefotografeerd door Frits, poseren op eenzelfde manier.

 

MT:

Dat verandert niet door de tijd heen….

 

BK:

Nee…

10maart DSCF2076

034-035

Links zie je een fotowinkel gerund door een Chinees. Verderop, buiten beeld, hangt een portret van de nieuwe president. Hier zie je een portret van Mondlane. Ik dacht die koop ik, maar hij vroeg er 100 EUR voor. Er zijn nu veel Chinese invloeden in Mozambique. China heeft met dit land een andere relatie dan met Europa.

 

 

038-039

Een detail van de Groene Amsterdammer. Sowieso vond ik het mooi om in het midden van het boek een variant op de eerste foto af te drukken, om te laten zien hoe de foto’s van Frits E. in de pers op de bladspiegel geplaatst werden. En beide personen, een echtpaar, heb ik afzonderlijk in Looking for M. geportretteerd.

10maart DSCF2077

041-042

Dit is een teken van werkgelegenheid… Dit soort portretjes van Afrikanen worden veelal gekoppeld aan genocide. Dus zo’n foto heeft in eerste instantie een negatieve connotatie, maar dit zijn werknemers in een broodzaak die werd gerund door een Marokkaan uit Fes.

 

MT:

Oh ja, ik vind het een prachtige dubbele pagina.

Maar waarom worden de portretten van de werknemers van een bakkerswinkel daar zo uitgestald? Zijn het ID’s?

 

BK:

Ja, eer soort ID’s, een soort gezondheidsverklaringen die in die winkel hingen. Het zijn de medewerkers. De andere foto is vanuit een rijdende auto gemaakt en daarom enigszins onscherp. De Mozambikanen stoken op kolen. En de jonge vrouw op de foto is een verkoopster van kolen. Een vorm van economie op straat. En die kleuren, in beide foto’s, dat werkt goed samen.

 

055-056

Dit zijn de schoenmaker en zijn vrouw, die eerder (op pagina 038-039) zijn afgebeeld op de persfoto van Frits E., die ik net beschreef, in het hart van het fotoboek.

10maart DSCF2079

MT:

parents mourning’ is de titel.

 

BK:

Machel kwam tijdens zijn toespraak terug op de herdenking van de massamoorden, waarin hun enige twee zoons zijn omgekomen. En daartegenover staat een soort anachronistische reclamefoto van ‘R. Kelly’, een hedendaagse R&B zanger. Ook als tegenhanger van de overige muurschilderingen.

 

MT:

Dus deze muurschildering is veel eigentijdser dan die politieke, propagandistische

exemplaren. En dan tenslotte het schoolmeisje…We beginnen en eindigen met haar!

 

DUMMY004 DSCF2032

059

Zij is een van de schoolmeisjes die ik aan het eind van mijn reis fotografeerde op Ilha de Mozambique. Haar naam is mij niet bekend. Ik had het ergens opgeschreven, maar ben dat papiertje kwijtgeraakt. Ik weet bijna zeker dat de button een clipje is om je telefoon aan te haken. Iedereen heeft een mobiele telefoon. Overal zie je telefoon reclames, zelfs de huizen zijn beschilderd in de kleuren van telefoonaanbieders.